Ze doet het toch maar

Ze doet het toch maar

Ze doet het toch maar …
Door Hanneke Frenken.

Al zolang Laura zich kan herinneren, heeft ze een angst voor naalden gehad. Waar deze angst precies vandaan gekomen is, weet ze zelf niet; haar moeder vertelde dat dit al van kleins af aan zo is en gedurende de jaren verergerd is. Waar in het begin enkel haar ouders nodig waren ter ondersteuning bij een injectie of bloedafname, veranderde dit na enkele jaren in ondersteuning door haar ouders en meerdere verpleegkundigen.

Bij Laura zat de angst voor naalden heel diep. Dat is heel vervelend, maar als je er verder niet veel mee in aanmerking komt, hindert het je niet in het dagelijks leven.

Jaren zijn voorbij gegaan en in 2015 begon Laura aan een medische studie, waarbij ze vaak met naalden in aanraking kwam, inentingen moest halen voor laboratoriumvaardigheden of bloed af diende te staan voor practica. De confrontatie met haar angst voor naalden werd hierdoor steeds groter en steeds moeilijker te ontlopen.

Bij het laten zetten van een vaccinatie op de Universiteit van Maastricht, besloot Laura zelfstandig te gaan, zonder begeleiding van haar ouders, zodat zij geen verre reis hoefden te maken ter ondersteuning. De angst nam hierdoor nog meer toe en dit resulteerde in een hevige angstaanval.

Helaas wordt een naaldenfobie vaak onderschat en is een vaak gehoord antwoord: “Niemand vindt prikjes fijn, maar het is zo voorbij.” Bij Laura resulteerde deze vaccinatie in een shocktoestand waar de ambulance uiteindelijk voor gebeld moest worden om haar weer bij te brengen. Zelf herinnert ze zich niet alles meer van deze gebeurtenis.

Na deze angstaanval besloot ze in december 2016 om in een specialistische GGZ kliniek in behandeling te gaan om van haar angststoornis af te komen met als einddoel het doneren van bloed. “Je moet je angsten onder ogen gaan zien en dat is een hele zware beslissing geweest voor mij om te maken.”

Het oefenen ging stap voor stap. In het begin was dat makkelijk, omdat het begin van de therapie met lichte oefeningen begon. Laura ging zienderogen vooruit en bereikte snel vooruitgang, echter na twee maanden werd therapie intensiever en bereikte ze haar grens.
“De therapie viel me ontzettend zwaar; ik wilde niet meer en ik viel terug in mijn ontwijkingsgedrag en probeerde het oefenen zo veel mogelijk te vermijden.”

Tijdens een vergadering in Utrecht in april 2017 kreeg Laura acute buikpijn. In eerste instantie wilde ze niet naar het ziekenhuis, omdat ze wist dat ze daar met naalden te maken zou krijgen. Uiteindelijk zijn de hulpdiensten gebeld en is ze naar de spoedeisende hulp gebracht. Het angstlevel van Laura was dusdanig hoog, dat ze de pijn probeerde te verbloemen om geen bloed te hoeven laten prikken.
“Ik deed alles om maar geen bloed te hoeven laten prikken of een morfine spuit te krijgen; de pijn was op dat moment niet mijn prioriteit, maar het zo snel mogelijk wegkomen zonder geprikt te worden.”

Door de aanhoudende buikpijn, werd besloten om Laura op te nemen om verdere onderzoeken uit te voeren. Tijdens deze ziekenhuisopname is Laura veel in aanmerking gekomen met haar angst en dit viel haar ontzettend zwaar. Die avond kwam ze op een ziekenhuiskamer te liggen tegenover een vrouw die enkele zakken donorbloed toegediend kreeg en na een tijdje raakten ze aan de praat. Hier zag ze hoe deze vrouw opknapte door het toedienen van bloed en dat het daadwerkelijk een heel erg groot verschil uit kan maken bij patiënten. “Na mijn ontslag uit het ziekenhuis kreeg ik hernieuwde energie en motivatie om mijn therapie op te pakken en door te gaan tot ik mijn einddoel bereikt had.”

Na volledig herstel, pakte Laura haar behandeling weer op; stapje voor stapje ging het steeds beter. “Ik was zeker van mijn einddoel om bloed te gaan doneren en een verschil te maken voor de mensen die donorbloed nodig hebben, zoals die mevrouw tegenover mij in het ziekenhuis.”

Nog voordat ze zelf ging doneren, ging Laura met een goede vriend mee om te kijken bij het bloed doneren. “Ik vond het heel erg spannend om voor de eerste keer te gaan kijken. Het verbaasde me hoe ontspannen iedereen in de stoelen lag en ik ben na een tijdje bij iedereen gaan vragen of het écht geen pijn deed en of ik mocht komen kijken.”

Laura legt uit hoe angst in z’n werk gaat:
“Je lichaam is in opperste staat van paraatheid. Normaliter is je eerste reactie om zo snel mogelijk weg te gaan, zodat je niet meer bang hoeft te zijn. Nu dwing je jezelf deze angstgolf te doorstaan en te zien dat deze piek na een tijdje ook weer afneemt. Je moet leren dat deze angstreactie van je lichaam niet nodig is en deze proberen af te laten nemen na een tijdje.”

Na 7 maanden therapie is Laura genezen van haar angststoornis en op 14 juni, Wereld Bloeddonordag, meldde ze zich aan als bloeddonor. De eerste keer dat ze ging doneren, was nog heel erg spannend. “Ik was ontzettend zenuwachtig, maar ook vastberaden. Ons mam is met me meegegaan naar Sanquin in ‘s-Hertogenbosch, waar het personeel heel erg lief voor me was. Na het uitleggen van mijn angst, kreeg ik een hele vriendelijke arts en verpleegkundige die samen bij mij stonden gedurende mijn hele donatie. Op het moment dat het aanprikken gebeurd was, werd ik emotioneel door alle angst die van me afviel en het besef dat ik mijn einddoel bereikt had. I did it!”

Intussen heeft Laura drie maal bloed gedoneerd. Elke keer blijft spannend, maar dan denkt ze aan de mensen die het bloed nodig hebben en gaat ze ervoor.


“Natuurlijk is mijn angst niet volledig weg en dat gaat waarschijnlijk ook nooit gebeuren, maar ik heb ermee leren leven en de angst doen laten afnemen. Voor mij is doneren elke keer een bewijs dat ik mijn angst in de ogen gekeken heb en gewonnen heb. Doneren is iets heel persoonlijks en ik ga daarom ook niemand overtuigen om het ook te doen. Niet iedereen kan of wil doneren en dat is prima, maar wat ik graag zou willen vragen is om er eens goed over na te denken. Wellicht zijn er mensen die dit lezen en zich herkennen in mijn verhaal en daartegen zou ik willen zeggen: You’re stronger than you think and braver than you are.”